Na de oorlog - Oma Hahn
 |
| Oma Hahn en L.C.G. Hahn geb. 8.11.46. Foto 8 Nov
1947, |
Na Opa Georgs dood mocht Oma Jo Hahn-Aarsse eerst niet terug naar Nederland,
omdat ze Duitse was. Na drie weken praten kreeg ze toestemming. In Nederland
vroeg ze direct naturalisatie aan.
In het huis aan de Francois Valentijnstraat in Den Haag woonde ook Theo
Gerhard, bij het gezin Hahn-Aarsse, omdat er in Den Haag betere scholen
waren dan in Elspeet. Toen Oma Jo Hahn naar Duitsland moest, kwam Tante
Jet naar Den Haag om voor het gezin en voor haar vader te zorgen, totdat
in Elspeet de Spaanse Griep uitbrak.
Dat was een kleine ramp. Niemand kon koken. Opa Aarsse ging naar zijn
werk, en het gezin at van de gaarkeuken, behalve op de dag dat de verstelnaaister
kwam, Juffrouw Teune. Er was wel een dienstmeisje in huis, een Belgisch
vluchtelingetje, maar die had van koken ook geen verstand.
In die tijd kreeg Tante Do pleuritis en moest drie maanden liggen. In
december mocht ze weer naar school en werkte hard om haar overgang te
halen. Ook moest ze aangenomen worden in de Duitse Kerk. Dat betekende
dat ze veel Psalmen en gezangen en ook de catechismus uit het hoofd moest
leren, alles in het Duits. In april, nadat ze was overgegaan, was ze overwerkt.
Toen Oma haar op een morgen een geklutst eitje kwam brengen, viel ze in
slaap en werd wakker met het geklutste eitje in haar haar. Oma liet de
dokter komen die tuberculose constateerde. Tante Do werd naar Elspeet
gestuurd waar ze vier maanden in een tuinhuisje in een dennenbosje bij
Oom Guus en Tante Jet Gerhard-Aarsse werd verpleegd.
Iedere zondagmorgen ging Oma met de kinderen naar de Zondagsschool. Tante
Do droeg dan haar knooplaarsjes en ze had altijd een hoed op en handschoentjes
aan. Dat hoorde zo. Ze is een keer van de 4e klas naar huis gestuurd omdat
ze geen hoed op had
's Zomers droegen de meisjes hoeden van Engelse
broderie en hadden schorten aan met stijfsel. Tante Do was ook op zangles.
Tijdens de uitvoering droeg ze witte handschoenen en witte ajour kousen
en witte glacé schoentjes. Op zangles zongen ze liedjes en cantates,
o.a. van Catharina van Rennès en soms Franse en Duitse liedjes.
Ook had Tante Do pianoles. Dat ging zo. Naast hun woonde de familie Erlée.
De oudste zoon was op de landbouwschool, de oudste dochter op de kweekschool
van het Haags Genootschap. De jongste dochter, Marie'tje, was wat leeftijd
betreft zo tussen Tante Do en Jetje in. Bij de familie Erlée was
een oud dametje in huis, van heel goede familie, die heel arm geworden
was en nu geld moest verdienen met het verkopen van thee en met het geven
van pianoles. Theo en Lou hebben ook les gehad (Opa Louis had vioolles),
maar die vonden het waarschijnlijk nogal vervelend en dat heeft dus vast
niet lang geduurd.
Opa Aarsse was een allerliefste man. Opa Georg Hahn was erg streng. Hij
had een groot plichtsgevoel, maar dat vroeg hij ook van anderen.
 |
| Huis Oma Hahn in Apeldoorn (achterkant) |
 |
| Lübeck. Postcard from Paul & Jet
to Joke, 1986 |
|
 |
| Aalsmeer 't huis v.d. bruid! [Oma Hahn with
?] |
|
 |
| Oma Hahn. [reverse reads: "B.xC."] |
|
 |
| 21.1.1960 Oma Hahn wake. Front: Gertrud Lichtwark,
Mathilde Lichtwark-Hahn, Leni Jordan-Lichtwark. Back: Resi Lichtwark,
Carl Lichtwark. |
|
 |
| 21.1.1960 Oma Hahn wake. Front: Clara Hahn,
Mathilde Hahn, Betty Hahn, Hanna Hahn?. Back: Leni, Resi, Karl,
Gertrud, Rudolf Ude? ... |
|
 |
| Hahn gravestone, Lübeck |
|
Oma Hahn - Memoir
 |
| Oma Hahn memoir [source unknown] |
Weinig hadden we op Oudejaarsavond kunnen vermoeden, toen ik voor U het
Jaar 1959 samenvatte, en we op de Ziekenkamer een ernstige patient wisten,
dat wij hier bijeen zouden moeten komen nog voor het jaar een maand oud
was om afscheid te nemen, niet van haar die al zoveel weken ziek is, maar
van Mme Hahn, die Vrijdag nog vrolijk en opgewekt aan het middagmaal deel
nam, en die we diezelfde middag uit ons midden zouden moeten missen.
U weet allen, dat ik Mme Hahn van kind af aan heb gekend en ik zou dus
uit een rijke schat van herinneringen kunnen putten. Dit echter zou beslist
niet in de geest van onze lieve overledene zijn.
Altijd heb ik haar gekend als een soort al-moeder. Wie maar hulp nodig
had, het komt er niet op aan op welk gebied, kon bij haar terecht. En
dezer dagen heb ik in huis vele opmerkingen gehoord, die allen hierop
neer kwamen, dat zij tot steun en hulp voor ieder was geweest, in het
bijzonder voor haar buurtjes.
En dit alles ondanks het moeilijke en zware leven dat zij achter zich
had, met een benijdenswaardige en schier niet te evenaren opgewektheid.
Altijd zocht zij de zonzijde, altijd toonde zij een goed humeur. Iemand
vroeg haar eens : 'Maar bent U nu nooit eens uit Uw humeur? - En karakteristiek
was haar antwoord : 'Ja zeker. maar alleen als de deur van mijn kamer
dicht is. -
Ja, haar kamer! Nog de dag voordat zij werd weggenomen, uitte zij haar
erkentelijkheid voor het eigen hoekje, dat zij bij ons had, waarvan zij
haar koninkrijkje had weten te maken. Zij voelde zich hier echt 'thuis'
en vrij, en ik mag wel zeggen: gelukkig. En U zult zich kunnen voorstellen
hoe blij ikzelf daarmee was. Ik gunde haar zo graag deze rustige 1e vensavond,
want het was een rust na stormen en orkanen.
Haar geestelijk leven stond op hoog peil, ze leefde er maar niet bij
langs, ze verdiepte zich in de vraagstukken, en wist zuiver en duidelijk
wat zij als probleem of als fout zag, te formuleren, maar zo dat het nooit
kwetsend was, integendeel, zij zette je aan het nadenken.
En nu werd zij plotseling bij ons weggenomen. En eigenlijk was haar heengaan
als haar leven: een voorbeeld van moed en aanvaarding. Toen zij geen kans
meer zag het leven er door te halen, legde zij zich neer als een moe kind,
om weg te glijden in Vaders armen om herenigd, te worden den met haar
man en dochter, die zij vroeg heeft moeten missen.
Tot haar kinderen zou ik willen zeggen: Wees God alle dagen van je leven
dankbaar dat dit kleine dappere vrouwtje jullie Moeder heeft mogen zijn.
Haar herinnering zal jullie altijd een lichtend voorbeeld zijn je blijft
niet met ledige handen achter.
Wij voor ons behouden de herinnering aan een zeer jonge oude dame, die
hulpvaardig en vrolijk alles deed wat haar hand vond om te doen. Ik ben
dankbaar dat zij haar laatste jaren bij ons heeft doorgebracht, en ik
ben eveneens dankbaar dat haar lang lijden en sterven werd bespaard. Moge
ook dàt jullie tot troost zijn.
|